040 - 304 60 58

Nieuws

Damon Dinsdag 3 oktober

Het Damon Dinsdag-fragment van deze week komt uit De vierde eeuw, of hoe het christendom staatsgodsdienst werd van Wim Jurg. De hele maand oktober te verkrijgen met €5 korting: i.p.v. €24,90 betaalt u slechts €19,90.

"De wereld nu ziet er anders uit door wat er toen in de vierde eeuw gebeurde.

De mensen toen hadden er overigens geen idee van dat ze in de vierde eeuw leefden. Zowel christenen als niet-christenen dateerden nog niet zoals we dat nu in grote delen van de wereld doen. In het Romeinse rijk werden de jaren gewoonlijk naar de twee per 1 januari aangestelde consuls genoemd, niet alleen in de tijd van de oude republiek, ook nadat onder de keizers de consuls hun werkelijke macht hadden verloren en het consulaat een erebaan was geworden. Vanaf de regering van Diocletianus, hij keert terug in dit boek, kwam de methode op om binnen indicties te tellen. Indicties waren door Diocletianus ingevoerde belastingtermijnen, eerst van vijf jaar, later van vijftien, men ging zeggen dat iets in het zoveelste jaar van de indictie plaatsvond. Binnen een indictie misschien een verbetering, maar de indicties zelf konden alleen worden aangeduid door naar de regerende keizer te verwijzen, of naar de consuls. In hun eerste eeuwen dateerden de christenen, hoe afwijkend ze zich ook in vele andere zaken opstelden, meestal niet anders dan de niet-christenen. Langzaam ontstonden eigen methoden. Zoals een tijdrekening vanaf Diocletianus, niet om hem te eren als belastinghervormer of als de redder van het rijk uit een diepe crisis, maar om hem voor eeuwig te vervloeken als de grote christenvervolger. Weer later begonnen de christenen vanaf de schepping te tellen, die zou hebben plaatsgevonden in omgerekend 5492 voor Christus. Plus of min één, men kon het niet helemaal eens worden. Dit was lang de heersende methode in het Oost-Romeinse of Byzantijnse rijk. Pas vanaf de zevende en achtste eeuw verbreidde zich de gewoonte de geboorte van Jezus als beginpunt te nemen. De christelijke jaartelling werd pas laat in de christelijke jaartelling gebruikelijk.

De vierde eeuw is kortom een constructie achteraf. Dat is niet erg, achteraf bedachte constructies komen wel vaker voor in de geschiedschrijving en deze lijkt zo ongeveer geschapen voor wie wil vertellen hoe het christendom staatsgodsdienst werd. De vierde eeuw begon met christenvervolgingen, de laatste in het Romeinse rijk als we de onderlinge christenvervolgingen niet meerekenen. En de eeuw eindigde met het verbod door de keizer om de oude goden te vereren, waarna nog eenmaal opstandige legioenen optrokken onder de oude heidense veldtekens in een vergeefse poging het tij te keren. Hoewel openlijk heidense auteurs nog lang hun boeken konden publiceren en je de Romeinse maatschappij aan het eind van de vierde eeuw moeilijk al een christelijke maatschappij kunt noemen, de Romeinse staat had het christendom een politieke en juridische positie gegeven waarvoor maar één woord bestaat: staatsgodsdienst. Iets vergelijkbaars gebeurde in de vierde eeuw, beïnvloed of direct gestuurd vanuit het Romeinse rijk, in enkele kleine buurstaten. De christenen waren eerst volkomen verrast door de ontwikkelingen, het duurde lang voordat ze niet alleen reageerden maar het initiatief namen, en de nieuwe verhouding tot de staat had ook grote gevolgen binnen het christendom. Vele latere rijken beschouwden zich als erfgenaam van het Romeinse rijk en zij namen de christelijke staatsgodsdienst over als vanzelfsprekend of zelfs het belangrijkste onderdeel van de erfenis.

De strijd tussen christenen en niet-christenen in de vierde eeuw valt terug te lezen in wat er bewaard bleef van de geschriften uit de tijd zelf, die op een enkele uitzondering na gekenmerkt worden door scherpe tegenstellingen tussen christelijke en niet-christelijke auteurs en christenen onderling. Ik hoop dat ik desondanks de handelingen, om een bijbels woord te gebruiken, van zowel de christenen als de niet-christenen van toen enigszins begrijpelijk zal kunnen maken. Binnen de grenzen van wat mogelijk is, want zoals de fraaie uitdrukking luidt: het verleden is een vreemd land."