(+31)040 - 304 60 58

Nieuws

Damon Dinsdag 13 juni

Vandaag in de Damon Dinsdag een fragment uit het artikel van Wouter van Haaften opgenomen in de succesvolle bundel Welke taal spreekt de muziek? 
Deze uitgave is nog tot en met 20 juni met €3 korting te bestellen. Aanstaande donderdag wordt de opvolger van de bundel gepresenteerd bij Boekhandel Broese in Utrecht: Muziek zit tussen je oren.

"Maar is muziek een taal? Als je het taalkundigen vraagt, luidt de definitie: een taal is een systeem (a) van conventionele tekens (b) om de aandacht te vestigen op iets dat buiten die tekens zelf gelegen is. We zeggen: ‘De kat zit op de mat.’ Daarmee hebben we het niet over het woord ‘kat’, maar over die reële kat daar op de mat, waar deze zin naar verwijst. We gebruiken dat woord (met drie letters) alleen om iets te zeggen over die kat daar (met vier poten). We vestigen de aandacht op iets buiten de taal. Dat we elkaar daarin begrijpen, is mogelijk doordat de taal een conventioneel tekensysteem is. Als we iets over een kat willen zeggen, weet iedereen dat we het woord ‘kat’ moeten gebruiken. Voor het overige is dat woord puur arbitrair: in een andere taal gebruiken we ‘cat’ of ‘chat’. En de communicatie zou even goed lukken als ‘tak’ de conventie was geweest.

Volgens deze definitie is muziek geen taal. Waarin zit het verschil? Het betreft zowel de vorm als de inhoud. De taal-vorm is in wezen arbitrair; een andere vorm zou hetzelfde werk kunnen doen. En daarmee communiceren we over iets dat buiten die vorm gelegen en daarvan onafhankelijk is. In muziek is het precies omgekeerd. Daarin is de vorm juist cruciaal: een andere vorm is andere muziek. En daarin gaat het ook juist om die specifieke vorm zelf, en niet om iets dat daar los van staat en onafhankelijk van is.

Deze scherpe tegenstelling vereist enige nuancering, maar dat tast het principiële verschil niet aan. Notenschrift en woordenschrift zijn allebei conventionele tekensystemen. En noten verwijzen niet heel anders naar klinkende tonen dan geschreven/genoteerde woorden naar klinkende woorden. Maar die tonen verwijzen vervolgens niet naar iets buiten de muziek, op de manier waarop woorden wel verwijzen naar dingen buiten de taal. Althans niet in het normale geval – en dit is de nuancering die we moeten aanbrengen. Want we kunnen wel degelijk met woorden ook over woorden spreken. Dat doen we bijvoorbeeld als we een definitie geven. Dan hebben we het niet over een kat maar over het woord ‘kat’. Meestal echter gebruiken we taal voor buiten-talige onderwerpen. Omgekeerd kunnen we met muziek wel degelijk iets van de buiten-muzikale werkelijkheid evoceren. Denk maar aan het onweer in de pastorale van Beethoven of de zee in La Mer van Debussy. Maar dat is geen verwijzing zoals we met woorden doen. En meestal is ook van zo’n evocatie geen sprake. Waarover gaan de Brandenburgse concerten van Bach of de symfonieën van Mozart? Ze gaan nergens over.

Taal kan soms ook heel evocatief gebruikt worden, bijvoorbeeld in een gedicht. En in een abstract gedicht blijft zelfs alleen het spel van vorm en ritme over. Dan wordt taal gebruikt op de manier van muziek. Maar dat is niet haar primaire functie. Omgekeerd kan muziek worden ingezet om een boodschap over te brengen, bijvoorbeeld in religieuze muziek of in de opera. Maar dan is veeleer de tekst bepalend en de muzikale vorm daaraan aangepast en niet meer doorslaggevend. In programmamuziek is het de titel die onze associaties stuurt. Met een andere titel geeft dezelfde muziek ons andere associaties. Moessorgski heeft de schilderijen die hij in Sint Petersburg zag zeer beeldend weergegeven, maar zonder de titels zouden we hem in zijn Schilderijententoonstelling toch niet kunnen volgen."