Dit boek omvat de teksten van een colloquium dat onder dezelfde titel plaats had aan de Vrije Universiteit Brussel op 10 en 11 december 1999. De organisatoren mochten voor dit colloquium rekenen op de deelname van bekende namen op het vlak van het Nietzsche-onderzoek in het Nederlandstalige gebied, waardoor ook dit boek daarvan een mooie staalkaart biedt.
Het gekozen thema - het linkse nietzscheanisme — mag zowel verrassend als actueel heten. Verrassend omdat bepaalde begrippen die we van Friedrich Nietzsche hebben onthouden, denk alleen al maar aan de Uebermensch, veeleer met rechtse politieke categorieën in verband worden gebracht, dan met linkse. Die problematiek en de mogelijke interpretatie van Nietzsches denken die ermee gepaard gaat, wordt hier zeker niet ontkend, en komt in sommige bijdragen ook wel ter sprake. De samenstellers hebben er echter voor geopteerd om honderd jaar na de dood van Nietzsche een andere Nietzsche te her-denken, dan diegene die, al dan niet terecht, aan de uiterste rechtse kant van de politieke arena voor inspiratie heeft gezorgd.
Het valt ook moeilijk te negeren dat doorheen de hele geschiedenis van de Nietzsche-receptie verklaard linkse intellectuelen wat graag in discussie traden met Friedrich Nietzsche. In het artikel van Maurice Weyembergh, waarmee dit boek opent, wordt dan ook een schets gegeven van de wijzen waarop linkse denkers met Nietzsches erfenis zijn omgegaan.
Ruw geschetst kunnen we stellen dat de appreciatie van Nietzsche door linkse intellectuelen doorheen de jaren meer en meer een positieve ondertoon heeft gekregen. Daarbij dient uiteraard opgemerkt dat de invulling van het begrip 'links' zelf een grondige verandering heeft ondergaan. Ondanks het misbruik van zijn denken door de bruine hordes van het nationaal-socialisme is Nietzsche geen figuur voor de grote massabeweging. Met 'Nietzsche' in de hand valt dan ook bezwaarlijk een links utopistisch maatschappijbeeld te verdedigen. Friedrich Nietzsche staat veeleer symbool voor de Einzelgänger en voor wie Ausnahme wil zijn. Het kan geen toeval heten dat de nu al meerdere jaren aanslepende belangstelling voor Nietzsches werk in zogeheten postmoderne hoek nog altijd niet aan kracht heeft ingeboet. In onze verbrokkelde samenleving, waar het schermen met waarden en normen met argusogen wordt bekeken, heeft Nietzsche een heel nieuwe actualiteitswaarde gekregen. Vandaar ook de zeer ruime aanwezigheid in dit boek van namen als Foucault, Derrida, Deleuze of Vattimo. Vanuit hun denken vindt het individu dat zich graag tooit met het epitheton 'links' een schat aan inspirerend materiaal. In één van de artikels wordt dat misschien nog het best samengevat onder de vraag naar een levenskunst. Als we de omschrijving van die recent sterk opgeld makende loot van de filosofie door Wilhelm Schmid, één van de hedendaagse pleitbezorgers van het project van de levenskunst, er op naslaan, valt dit uitstekend te begrijpen. In diens Philosophie der Lebenskunst (Frankfurt, 1998) luidt het, geparafraseerd, zo: "Naar levenskunst vragen diegenen voor wie het leven niet meer vanzelfsprekend is. De vraag komt vooral daar op waar tradities, conventies en normen niet meer overtuigend werken en waar individuen voor zichzelf willen gaan zorgen". Alle bestaande verhoudingen worden in vraag gesteld en het individu wordt met nieuwe, bevreemdende situaties geconfronteerd. Dàt is de voedingsbodem voor een queeste naar zin, als alternatief voor een zich laten leven. Als we dat gebeuren tegenwoordig links mogen noemen en daarbij het esthetische en de vrijheidsbeleving bovenaan plaatsen, dan valt moeilijk een beter gids te vinden dan Friedrich Nietzsche. Dit boek wil daar graag van getuigen.