Tijdens de dodenherdenking bij het Monument op de Dam vond er een incident plaats. Nadere toelichting lijkt me overbodig. De rechter-commissaris vindt dat er voldoende verdenking is van strafbare feiten. Een 39-jarige Amsterdammer – nu beter bekend als de 'damschreeuwer' – wordt onder andere verdacht van verstoring van de openbare orde en het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel. Paul Pennartz opent dit nummer van F&P met het verhaal rond een ander monument, nog wel heel toepasselijk: "Een monument voor een mof".
In hun bijdrage "Het wilde dier in onze samenleving. Een contextuele benadering van intrinsieke waarde" gaan Jac. A.A. Swart & Jozef Keulartz in op de vraag naar de intrinsieke waarde van wilde dieren in natuurlijke én menselijke omgevingen. Na eerst enkele bestaande benaderingen te schetsen, gaan zij in op het onderscheid tussen wild en gedomesticeerd als opmaat naar een meer genuanceerd beeld van het begrip intrinsieke waarde. De auteurs stellen dat er een drietal interpretaties van intrinsieke waarde van het wilde dier onderscheiden kunnen worden: een naturalistische, een soortspecifieke en een individualistische interpretatie.
In zijn Minima Philosophica richt Rutger Claassen zich op de "Politieke deugden in coalitieland". Een zaak die op het moment van schrijven bepaald actueel blijkt: "Het Nederlandse politieke systeem reflecteert de volksaard. Wij houden verkiezingen voor de Tweede Kamer, maar daarmee is nog niets gezegd over de uiteindelijke regering. Die hangt af van een complex spel van onderhandelingen, waarbij twee, drie of zelfs vier partijen zich kunnen vinden in een gemeenschappelijk programma. Nederland is een land van coalities en compromissen." Kortom: het 'polderen' als hart van ons democratisch proces.
In januari 2009 heeft de Nederlandse Vereniging voor Bio-ethiek haar 15-jarig jubileum gevierd met een symposium over ethische expertise. De discussie hierover wordt in boekvorm voortgezet en zal in juli 2010 bij uitgeverij Van Gorcum verschijnen onder de titel Ethiek in Discussie. Praktijkvoorbeelden van ethische expertise, onder redactie van Mariëtte van den Hoven, Lieke van der Scheer en Dick Willems. Voor dit nummer van Filosofie & Praktijk zijn de bijdragen van Jan Vorstenbosch, Tsjalling Swierstra & Katinka Waelbers en Mariëtte van den Hoven als voorpublicatie uit de bundel gelicht. In een bewerkte versie stelt Jan Vorstenbosch zich de vraag waarom hij er moeite mee heeft om als ethicus aangesproken te worden, en verdiept zich in de kenmerken van ethische expertise.
Een viertal recensies (door Tim Wolff, Dieneke Hubbeling, Wouter Sanderse en Sjaak Koenis) alsmede enkele Signalementen completeren dit zomernummer van F&P.
Inhoud
Inleiding
Een monument voor een mof Een psychologische, biologische en filosofische argumentatie Paul J. J. Pennartz
Het wilde dier in onze samenleving Een contextuele benadering van intrinsieke waarde Jac. A.A. Swart & Jozef Keulartz
Minima Philosophica: Politieke deugden in coalitieland Rutger Claassen
Ethiek in Discussie: introductie Mariëtte van den Hoven
De ethicus, de filosoof, de expert en de democratie Over enkele problemen met het rokeren van een ivoren toren Jan Vorstenbosch
De ethicus in commissie Katinka Waelbers & Tsjalling Swierstra
Theoriekritiek in ethiekonderwijs: vervreemding van professionals Mariëtte van den Hoven
Recensies: Seculiere standpunten en religieuze argumenten door Tim Wolff Moralicide? door Dieneke Hubbeling Denkbeelden projecteren door Wouter Sanderse Exegese versus kritisch debat door Sjaak Koenis