De erfelijke code van de mens maakt "genomics" tot een hot issue. Daarover bijdragen onder redactie van M. Drenthen, J. Keulartz en T. Swierstra. Daarnaast laat het neoconservatieve denken wereldwijd van zich horen. In Nederland door de Edmund Burke Stichting die zich bijvoorbeeld beroept op de politiek filosoof Leo Strauss, dezelfde Strauss, wiens leerlingen in Amerika, ook op het gebied van de genetica, de president voor hun karretje zouden hebben gespannen.
Marinus Ossewaarde opent met "Een conservatieve kritiek op het manifest van de Edmund Burke Stichting". Ossewaarde geeft een kritiek op de Burke Stichting vanuit de conservatieve intellectuele traditie zelf.
Hans Achterhuis gaat uit van "één van de meest intrigerende boeken van het afgelopen jaar… de studie van Peter Singer over het ethische denken van president G.W. Bush: The president of good and evil.", om van daaruit zijn kritiek op te bouwen.
Hub Zwart gaat in "Wat is genomics? Een filosofische profielschets", eerst en vooral in op de definitiestrijd rond genomics. Is er hier sprake van een "kwantumsprong" of "paradigmawisseling", of is er eigenlijk niets nieuws onder de zon?
Cor van der Weele onderzoekt in "Monsters omarmen in grensgebieden en achterkamers: Genomics en veranderende relaties tussen wetenschap, filosofie en kunst" het grensgebied van biologie, filosofie en kunst sinds de komst van genomics.
Tenslotte schetsen Swierstra, Keulartz en Korthals in hun "Precedent, hellend vlak, gewenning: ethische strategieën in de omgang met genomics" het normatief debat en de gevolgen van onwrikbare morele fundamenten en vastliggende grenzen.