met medewerking van Dr. Hugo De Lil Uit de klassieke en vroegchristelijke cultuur is er van niemand zoveel bewaard gebleven als van de kerkvader Augustinus (354-430). Zijn literaire nalatenschap beslaat bijna een halve eeuw en is ongeveer tienmaal zo omvangrijk als de Bijbel. Het bekendst is hij van zijn Belijdenissen, De stad van God, en van zijn vele preken en bijbelcommentaren. Minder bekend is hij van zijn bijdragen aan soms verbeten discussies met allerlei christelijke tijdgenoten. In De moribus ecclesiae - waarvan dit boek de eerste Nederlandse vertaling bevat - gaat de dan nog jonge Augustinus het debat aan met de manicheeërs. In het eerste boek verantwoordt hij de leefwijze van katholieke christenen door vooral de samenhang te benadrukken tussen de geschriften van het Oude en die van het Nieuwe Testament. In het tweede boek worden de morele opvattingen van de manicheeërs uiteengezet en weerlegd. Augustinus was daarmee vertrouwd, want hij was in zijn jeugdjaren ongeveer negen jaar lid geweest van de manicheese kerk. Daarom is het werk van grote betekenis voor de reconstructie van manicheese opvattingen en praktijken. Het werk dateert van de jaren 388-390. Augustinus had zich in 386 te Milaan laten dopen door de katholieke bisschop Ambrosius, maar hij was nog geen priester, laat staan bisschop in Hippo Regius. In deze jaren leefde Augustinus samen met enkele vrienden als zogeheten servi Dei, dienaren van God, op het familielandgoed in zijn geboorteplaats Thagaste. Door Augustinus krijgen we van de manicheeërs een gekleurd maar betrouwbaar beeld. Het manicheïsme is een bijzondere vorm van gnostisch christendom. Door de nadruk op innerlijke verlichting en kennis werd de in Perzië ontstane beweging aantrekkelijk voor jonge intellectuelen. In de discussies gaat het - naast vragen over samenhang tussen verschillende bijbelboeken - vooral om vragen over gelukkig leven, de oorzaken en het wezen van het kwaad, de betekenis van voedsel en seksualiteit. In de behandeling ervan wisselt Augustinus de soms moeilijke, theoretische beschouwingen regelmatig af met vermakelijke voorbeelden uit zijn eigen leven. Uitvoerige aandacht besteedt hij aan de manicheese opvattingen over de drie zegels, in het bijzonder aan die over het zegel van de mond. Tegenover de manicheese idee dat glanzende kleuren, aangename geuren en zoete sappen in allerlei gewassen er op duiden dat daarin delen van God aanwezig zijn en Hij als het ware te vinden is met de neus en het gehemelte, wijst Augustinus op het belang van zorgvuldige en gemeenschappelijke bijbellezing als voornaamste bron om God te leren kennen. Met de titel God zoeken met de zinnen? wordt dan ook gezinspeeld op beide partijen in het debat.
Vertaald door Elly Houtsma, Marijke Nota-Renders en Hans van Reisen.
INLEIDING Datering en omstandigheden van De moribus Titel en opzet Samenvatting van het werk Augustinus' kennismaking met de manicheeërs Mani Het manicheïsme - organisatie van de manicheese kerk - de manicheese canon - manicheese opvattingen: strijd op macroniveau - manicheese opvattingen: strijd op microniveau - manicheese opvattingen: Jezus Christus in het centrum Manicheese bronnen? Crisis in Augustinus' lidmaatschap als toehoorder Augustijnse bronnen De betekenis van De moribus Dankwoord
Literatuur
Praktische informatie
Gebruikte afkortingen Gebruikte afkortingen van de bijbelboeken Gebruikte afkortingen in de literatuurverwijzingen
GOD ZOEKEN MET DE ZINNEN? De leefwijze van de kerk en de leefwijze van de manicheeërs
Eerste boek De moeilijkheid van goede bijbeluitleg Met gezag en verstand op zoek naar gelukkig leven Het beste voor een mens Heilzaam gezag God liefhebben volgens Jezus Christus, volgens Paulus, volgens de wet en de profeten In debat met manicheeërs Korte samenvatting De kracht van de liefde Liefde als deugd bij uitstek Het Nieuwe Testament opnieuw getoetst aan het Oude Opnieuw de vier deugden: matigheid Vier deugden: sterkte Vier deugden: rechtvaardigheid Vier deugden: bedachtzaamheid Goed leven is God liefhebben Wie God bemint, heeft zichzelf lief Wie God bemint, heeft de naaste lief Barmhartigheid Vrees en liefde Het gezag van het Oude en het Nieuwe Testament De rol van de kerk Illustere voorbeelden in de woestijn En illustere voorbeelden in de stad Hernieuwd debat met de manicheeërs
Tweede boek De manicheeërs en de beginselen van de moraal Wat is het kwaad: niet-zijn? Wat is het kwaad: beschadiging? Wat is het kwaad: bederf? Gods ordening Onduidelijheid over goed en kwaad met voorbeelden toegelicht De opvatting van de manicheeërs weerlegd Drie zegels Het zegel van de mond Het zegel van de mond: God herkennen met de zintuigen Het zegel van de handen Het zegel van de schoot Misdragingen van de uitverkorenen
Registers Register op bijbelteksten Register op klassieke schrijvers
In: Interpretatie, januari 2010 "Het Augustijns Instituut heeft met het uitgeven deze vertaling weer een bijzonder stukje van het werk van Augustinus toegankelijk gemaakt"
Op: www.zinweb.nl (4 juli 2008) "Na zijn toetreding tot de katholieke kerk in 387 laat Augustinus zich in niet mis te verstane woorden over deze groep uit. Het is net alsof hij beseft: "hoe heb ik dit ooit kunnen geloven?". Dit maakt het boek tot een persoonlijk document, waar Augustinus met zijn verleden afrekent en pleit voor een katholieke leefstijl, waarin de Liefde de boventoon voert. Daarnaast vond ik het prachtig om inzicht in Augustinus' manier van denken en achtergrondinformatie over het manicheïsme te verkrijgen. Het is echt een tijdsdocument voor het christendom van eind vierde eeuw en van het begin van Augustinus' theologische ontwikkeling. Ook zijn omgang met de Bijbel laat zien dat hij zich in de korte tijd na bekering thuis heeft gemaakt in de Schriften om deze als eenheid te zien tegenover de manicheese groep die de Schriften zeer selectief leest en onderscheid maakt tussen de ware en valse God in de Schriften. Het boek kan gelezen worden ter nadere bestudering van het denken van Augustinus. Zeer positief heb ik de inleiding gevonden; de vertalers hebben ervoor gekozen om aan het begin van het boek de context van het geschrift, van Augustinus en van het manicheïsme weer te geven. Dit heb ik als prettig ervaren, hoewel ik al enige kennis over Augustinus en zijn context heb. Ik kan dit boek aanraden aan iedere liefhebber van deze kerkvader en aan mensen die zich verder willen verdiepen in de veelkleurigheid van het vierde eeuwse christendom. Het boek geeft genoeg stof tot nadenken." (H.C. Mulderij)