De lach is een problematisch, ongrijpbaar thema. Doorgaans reageren wij op iets wanneer wij lachen: op geestige opmerkingen of op onbestaanbare situaties. De lach kan echter ook het begin zijn van iets: de lach kan een nieuw perspectief op de wereld openen, een nieuwe stijl van denken mogelijk maken. Soms vervult de lach een kritische, negatieve functie. Is eenmaal de lachwekkendheid van een bepaalde praktijk onthuld, dan kan zij niet langer in alle ernst worden voortgezet. De lach kan echter ook een affirmatieve rol spelen - als Bejahung van het bestaan. De vier bijdragen die aan dit thema zijn gewijd proberen het fenomeen van de lach filosofisch te verhelderen. Bijvoorbeeld door het te vergelijken met andere fenomenen waarvoor de filosofie belangstelling heeft, zoals het tragische, het rationele of het beschamende. Of door te rade te gaan bij filosofen voor wie de lach van belang was: Socrates, Kierkegaard, Nietzsche, Bergson, Bachtin en vele anderen. De lach blijkt niet alleen relevant voor de zondag van het bestaan, maar vooral ook voor alledaagse situaties. Doorgaans wordt de lach als object van wetenschappelijk onderzoek beschouwd. Dit themanummer benadrukt dat de wetenschap vooral ook object van de lach kan zijn en dat er een filosofische traditie bestaat die het als haar roeping ziet de lachwekkendheid van bepaalde wetenschappelijke praktijken te onthullen.