In het artikel 'Democratie in verval' plaatst Jantine Oldersma de plannen van het huidige kabinet voor invoering van een direct gekozen burgemeester en voor een gemengd kiesstelsel tegen de achtergrond van het denken over democratische instituties. Onder politicologen bestond lange tijd hoge waardering voor het Amerikaanse politieke stelsel, de opkomst van de Europese politicologie heeft hierin langzamerhand verandering gebracht. Niet alleen is er meer waardering gekomen voor op consensus gerichte politieke systemen, door de opkomst van vergelijkend onderzoek werd het ook mogelijk te bekijken welke effecten verschillende institutionele arrangementen in de praktijk hebben. Oldersma concludeert dat de wens het Nederlandse politieke stelsel te Amerikaniseren de wind in de zeilen heeft gekregen dankzij de neo-conservatieve stroming die deliberatieve arrangementen afwijst maar krachtig en liefst eenhoofdig leiderschap wil bevorderen.
Paul van Tongeren analyseert het onlangs verschenen rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid 'Waarden, normen en de last van het gedrag', over het zogenaamde normen en waardendebat. Na een korte samenvatting van het rapport, wordt een commentaar geformuleerd vanuit het perspectief van de deugdethiek, die in het rapport een ondergeschikte maar opmerkelijke plaats inneemt.
Thijs Jansen analyseert het concept 'solidariteit' ten einde beter zicht te krijgen op de in de praktijk levende opvattingen over 'sociale rechtvaardigheid'. Vanaf het begin was solidariteit verbonden met de ambitie sociale rechtvaardigheid te realiseren, waarbij werd gebroken met de charitas. De weerzin tegen altruïsme en asymmetrische verhoudingen zaten ingebakken in het begrip solidariteit. Sociale rechtvaardigheid zou iets totaal anders moeten zijn. Niettemin concludeert Jansen dat altruïsme – ondanks dat – een belangrijke drijfveer is geworden van solidariteit. Er bestaat zoiets als altruïstische solidariteit.
Desiree Verweij plaats de oorlog tegen Irak in de context van de 'traditie van de rechtvaardige oorlog'. Op basis van de bespreking van de uit deze traditie voortgekomen ius ad bellum en ius in bello criteria kan niet alleen de rechtvaardigheid van deze oorlog betwijfeld worden, maar kunnen tevens de consequenties belicht worden die een 'onrechtvaardige' oorlog onherroepelijk met zich mee lijkt te brengen.