| Naam |
|
Søren Kierkegaard |
| Werkzaam bij |
|
Søren Aabye Kierkegaard (Kopenhagen, 5 mei 1813 – ald., 11 november 1855) was een 19e-eeuwse Deense theoloog en filosoof. Hij noemde zichzelf een anti-filosoof en een religieus schrijver en wordt algemeen gezien als de eerste existentialistische filosoof.
|
|
Informatie
|
|
Søren was het zevende kind uit het huwelijk van Michael Kierkegaard en diens tweede vrouw Ane Sørensdatter Lund, beiden afkomstig uit Jutlandse families. Vader Michael, een notabele die zijn eerste vrouw aan een dodelijke longontsteking had verloren, was een streng godsdienstig man. Ooit had hij als herdersjongen op de heide van Jutland God vervloekt, een daad die zijn geweten zijn verdere leven bleef achtervolgen. Søren werd sterk door zijn zwaarmoedigheid beïnvloed.
Søren viel op school op doordat hij zich zowel een scherpzinnig denker als een clown betoonde. Hij maakte plichtsgetrouw zijn huiswerk, kon fel debatteren (vaak met een geestige ondertoon), maar vrienden maakte hij niet. Opvallend was dat hij wel goed was in Latijn, maar niet in Deens, een taal waarvan hij een van de latere vernieuwers en autoriteiten is geworden.
In oktober 1830 begon Kierkegaard zijn studie theologie aan de Universiteit van Kopenhagen, nadat hij cum laude door de toelatingsexamens heen was gekomen. Hij toonde interesse in meerdere disciplines en kon zijn grenzeloze nieuwsgierigheid bevredigen in met name de filosofie. De filosofieprofessoren F.C. Sibbern en Poul Martin Møller (een criticus van Hegel) oefenden grote invloed uit op de student, die zich tevens graag mocht mengen in de polemistische en anderszins uitdagende wereld van de studentenvereniging. In deze tijd begon hij ook met zijn eerste beschouwende publicaties, o.a. over de vrouw en de persvrijheid. In juli 1840 haalt Kierkegaard de doctorandustitel. Op 29 september 1841 verdedigt hij z'n proefschrift Om Begrebet Ironi
Tijdens zijn studie (1837) had hij de negen jaar jongere Regine Olsen leren kennen. Kort na zijn afstuderen zocht Kierkegaard haar op in haar ouderlijk huis. Dit bezoek resulteerde in een verloving, die echter van korte duur was. In zijn belevingswereld en dagboeknotities bleef Regine nog lange tijd een grote, welhaast mythologische rol spelen.
De periode 1842-1846 wordt als Kierkegaards filosofische doorbraak gezien. In 1841 was hij naar Berlijn getrokken om colleges te volgen (o.a. bij de beroemde filosoof Schelling, die hem echter volledig teleurstelde) en een nieuw leven te beginnen, ver weg van het toen kleinsteedse Kopenhagen. Vergeten we niet, dat het verbreken van een verloving destijds gold als een echtscheiding. Hier vonden de voorbereidingen plaats voor een van zijn bekendste werken: Enten-Eller ("Of-of"). Dit werk, dat verschillende delen bevat die onder meerdere pseudoniemen zijn geschreven, voltooide hij in 1842, terug in Kopenhagen. In rap tempo volgden andere geschriften die later bekend zijn geworden, zoals Vrees en beven, Stadia op de levensweg, Filosofische kruimels en Afsluitend onwetenschappelijk naschrift. De pseudonimiteit en het uitdagende karakter van zijn publicaties maakten hem tot een controversiële persoonlijkheid. In 1845 loofde het paatselijke satirische tijdschrift Corsaren ("De Vrijbuiter") het werk van Kierkegaard (het gaat om de verdiensten van Victor Eremita, de pseudonieme uitgever van Enten-Eller in vergelijking met werk van anderen) in een recentie ; Kierkegaard zelf is daar echter niet van gediend. Hij is zelf dan nog bezig met het Onwetenschappelijk Naschrift, maar in 1846 neemt hij de pen op en bindt zelf onder pseudoniem de strijd aan met de Korsaar. De Korsaar valt voor hem samen met de figuur P.L. Möller. Om hem gaat het Kierkegaard dan ook. Hem krijgt Kierkegaard uiteindelijk. Aan het eind van de affaire, kan Kierkegaard zich op straat niet meer vertonen zonder uitgejouwd te worden. P.L. Möller is, zoals een tijdgenoot (de bevriende uitgever van de Korsaar Goldschmidt) het zegt, vernietigd.
Na 1846 ging Kierkegaard zich meer op stichtelijk-christelijke filosofie toeleggen. Hij stelde de in zijn ogen verwereldlijkte Deense staatskerk aan de kaak en kwam met levenslessen in boeken als Daden van naastenliefde en Ziekte tot de dood, maar ook in zijn vele dagboeknotities, die postuum zijn uitgegeven.
Hij ontmoette Regine Olsen nog twee keer, die inmiddels met Fritz Schlegel was getrouwd. Nog steeds bleek hij hevige gevoelens te hebben bij haar verschijning. In 1855 lanceerde Kierkegaard een eigen tijdschrift (Øjeblikket, "Het Ogenblik") dat met wederom polemische beschouwingen tegenover het officiële christendom vol stond. In datzelfde jaar stierf hij in het Frederikshospitaal, mogelijk aan de gevolgen van tuberculose.
|