HomeEducatief fondsAuteur: Albert van der SchootTerug

U heeft 1 bestelling
Totaal bedrag 19,90
Bekijk de inhoud


Naam   Albert van der Schoot
Werkzaam bij   Albert van der Schoot doceert esthetica en cultuur- filosofie aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. 
Informatie   Albert van der Schoot  studeerde muziekwetenschap en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam, en muziekpedagogiek aan de Ferenc Liszt Academie in Boedapest. In 1998 publiceerde hij De ontstelling van Pythagoras. Over goddelijke proportie.


Voor DAMON Boekenmagazine nr. 5 had Ad de Visser een gesprek met de samenstellers van 'Welke taal spreekt de muziek?': Eric Heijerman - filosoof, wiskundige en klavecinist - en Albert van der Schoot - filosoof en musicoloog.

Nog voor Albert van der Schoot gearriveerd is komt de vraag ter sprake die iedereen regelmatig bezig houdt: hoe komt het toch dat je door één fragmentje uit een compositie zo extreem geroerd kan worden…

EH  En dat vervolgens een ander er nagenoeg niks in hoort… Ja, dat kennen we allemaal…
Ik ben bang dat je daarvoor bij de psychologie van de muziek zult moeten zijn. Mogelijk heeft het iets te maken met bijvoorbeeld de oplossing die een componist geeft waarop we niet bedacht zijn en die zó bijzonder is dat ie blijvend verrast … die éne modulatie bijvoorbeeld…

In het algemeen roert muziek ons meer dan andere kunsten…

EH  Inderdaad, muziek raakt ons meer dan wat ook - terwijl ze nu juist de meest abstracte kunst is. Dat is een groot raadsel.
Omdat ik naast mijn conservatoriumopleiding ook wiskunde heb gestudeerd komt men vaak bij me met de opvatting dat wiskunde en muziek veel met elkaar te maken hebben… Het is een veel voorkomende vooronderstelling.

Bach en het getal…

EH  Ja, dat via allerlei getalsmystiek uit zijn muziek op te maken zou zijn dat Bach zijn eigen sterfdatum heeft voorspeld. Och, als je gaat rekenen, dan vind je altijd wel iets…
Je hebt natuurlijk wél de oude traditie van Pythagoras die de muziek in wiskundige termen omschrijft, maar eigenlijk gaat dat meer over de natuurkunde van de muziek: hoe klanken tot stand komen en hoe de frequenties zich tot elkaar verhouden, maar niet over de beleving van de muziek. Wiskunde en muziek bedienen zich wel van 'perfecte' en vooral abstracte structuren. Wanneer je muziek geconcentreerd ondergaat zit je ook in een volkomen abstracte wereld. Muziek laat zich ook alleen maar beschrijven in termen van ruimte. Zo horen we beweging in een melodie, maar eigenlijk beweegt er helemaal niks.

Je maakt met je hand ook meteen een beweging…

EH  Precies, muziek laat zich alleen maar beschrijven in metaforen, ontleend aan ruimte en tijd en dus beweging: muziek ontwikkelt zich, beweegt zich van a naar b. Als je naar muziek luistert heb je ook snel de neiging om mee te bewegen… De luchttrillingen die ons trommelvlies bereiken, de opeenvolging van harmonieën horen we àls een melodie - àls een beweging. In de filosofie noemen we dat intentionaliteit: muziek is een intentioneel object van ervaring.

Vandaar ook dat muziek bij iedereen anders overkomt…

EH  Inderdaad en dan komt er altijd de vraag bij of je beter of meer hoort als je iets van muziek afweet - of juist niet… Ik denk van wel: je moet ook leren luisteren. Die intentionaliteit, dat horen àls, moet je ontwikkelen.

Hoe is jullie boek tot stand gekomen?

EH  Deels op grond van mijn dubbelleven als wiskundige, filosoof en musicus… Deels ook omdat er in Nederland nog geen boek bestond dat de grote vragen op het gebied van de muziek systematisch behandelt: of muziek een taal is, hoe het zit met de relatie tussen muziek en emotie, wat muzikale ervaring eigenlijk is, wat een muziekwerk voor 'ding' is…

Jullie hebben de thema's geformuleerd…

EH  Ja, en vervolgens hebben we auteurs die zich op bepaalde terreinen gespecialiseerd hebben uitgenodigd daarover te schrijven. Er zit een opbouw in de bundel: na de vraag of muziek een taal is, behandelt literatuurwetenschapper John Neubauer de vraag of muziek een verhaal kan vertellen. Aan het eind geeft Sander van Maas, die gepromoveerd is op transcendentie in de muziek, een metafysische benadering van muzikale oneindigheid. Tenslotte keren we bij Marcel Cobussen, die gepromoveerd is op de deconstructie in de muziek, terug tot de stilte. Dat laatste stuk is net zo postmodern van vorm als van inhoud…
Ah, daar hebben we Bert!

We hebben het over welke taal de muziek spreekt...

AS  Wouter van Haaften geeft daar één antwoord op ('muziek is de taal van het hart'), maar er zijn er verschillende te vinden. Er is een eeuwenoude richtingenstrijd: aan de ene kant wordt beweerd dat je muziek absoluut geen taal kunt noemen, niet alleen omdat ze geen vocabulaire en grammatica bezit, maar vooral omdat ze niet denoteert en dus geen meta-functie heeft: muziek zegt niets over de werkelijkheid. Anderen zeggen dat muziek juist wèl een taal is - met een vocabularium, waarin bepaalde configuraties wel degelijk een verwijzende betekenis hebben.

Mogen we daarbij ook aan programma-muziek denken… Ma Vlast…

AS  Dat is een van die antwoorden: de romantische benadering van de kwestie. Iets anders is de opera - die is gebaseerd op de dramaturgie van het libretto: een 'echt' verhaal over een aantal karakters die een ontwikkeling doormaken. Drama dus met muziek. Ma Vlast is meer stemming, associaties met de natuur, dan een verhaal met een ontwikkeling. Helemaal aan de andere kant van het spectrum heb je mensen als Hanslick , die beweren dat muziek niets te maken heeft met gevoelens, omdat die een buitenmuzikale oorzaak hebben.
Dat ik me op dit moment geïrriteerd voel komt omdat mijn trein een uur vertraging had.

Hoe zit dat dan met Monteverdi die de muziek schatplichtig verklaarde aan de te zingen tekst?

AS  Monteverdi is inderdaad een goed voorbeeld van de school die beweert dat de muziek in dienst staat van de expressie van het woord. Dat is een hele sterke tendens waar de opera ook uit voort is gekomen. Het is een protest tegen de muziek van de tweede helft van de zestiende eeuw, die totaal in het contrapunt verdronken was en de tekstuitbeelding verwaarloosd had. Voor Monteverdi is de muziek dus geen taal, maar dient ze de taal.

Tot Erik Heijerman: je draagt zelf bij met een tekst over authenticiteit… Je speelt op een klavecimbel en niet op een piano, dat zegt al een en ander…

EH  Ja, ik ben een liefhebber van de authentieke uitvoeringspraktijk. Maar in het boek heb ik het over de hertaling van de Matthäus Passion die Jan Rot maakte. De Domcantorij waar ik deel van uit maak zou die gaan uitvoeren, maar dat wekte nogal veel commotie. Rot heeft de tekst - van de evangelist dus - omgezet in eigentijds Nederlands - zoals hij dat ook met liederen van Schubert heeft gedaan.

En wat is er met de muziek gedaan?

EH  Niets, de muziek is gewoon van Bach gebleven…

Dan gaat het dus niet over de muziek…

EH  Nou, het gaat over het muziekwerk. Sommigen van de zangers reageerden met: dit is de Matthäus Passion niet meer!.. Dan gaat het over wat een muziekstuk eigenlijk is en hoe de identiteitscriteria geformuleerd moeten worden. Hoe ver mag je afwijken van het oorspronkelijk werk, wat zijn de marges om het nog de 'Matthäus Passion' te mogen noemen. En dat is nogal een ingewikkelde filosofische kwestie die ik heb geprobeerd te ontrafelen.
Jan Rot is in feite te vergelijken met musici die het stof van de oude muziek hebben gehaald. Hij heeft het stof van de tekst gehaald. Tegelijkertijd is het strijdig: wanneer je teruggaat naar de meest authentieke partituur, zou je ook de meest authentieke tekst moeten gebruiken.
Wat te denken van een interpretatie naar de authentieke partituur (historische instrumenten, kleine bezetting e.d.) met het gebruik van een gemoderniseerde tekst? Dat zou kunnen - dan hebben we een dubbel authenticiteitsconcept!

AS  Marijke Ferguson  werd eens gevraagd of zij op authentieke instrumenten speelde en haar antwoord was: we spelen op nieuwe instrumenten - dat deden ze in de middeleeuwen ook…
Authenticiteit is een ideaal van de tweede helft van de twintigste eeuw - in geen van de voorafgaande eeuwen kende men dat.

EH  Er is inderdaad een wonderlijke paradox in onze cultuur. Aan de ene kant willen we terug naar de ouden: klassieke teksten doen het weer goed, oude muziek willen we horen zoals die in haar tijd geklonken heeft, we bouwen weer zoals vroeger… en aan de andere kant gaat het over kenniseconomie, over het nieuwe leren en moet alles 'nieuw'. Maar misschien moet je het wel zo zien: door de oude muziek zo authentiek mogelijk te laten klinken, leren we opnieuw te luisteren en 'nieuwe' klanken te horen…

Jullie geven beiden muziekfilosofie - hoe staan studenten van het conservatorium daar tegenover?

EH  Die zeggen het zeer verrijkend te vinden, omdat ze doorgaans toch vooral met speltechniek bezig zijn en niet zo gauw aan de vraag toekomen waar ze nu eigenlijk mee bezig zijn. Wat muziek eigenlijk is, waar het over gaat, afgezien van dat het iets van doen heeft met emoties…

In de zomer van 2006 zullen Albert van der Schoot en Erik Heijerman met een aantal van de auteurs een cursus musiekfilosofie geven aan de ISVW te Leusden - www.isvw.nl.


Vorige uitgave(n):
Welke taal spreekt de muziek? Muziekfilosofische beschouwingen
Erik Heijerman,  Albert van der Schoot
ISBN 9789055736041
(boek)
Welke taal spreekt de muziek? Muziekfilosofische beschouwingen Muziek is iets waar we van kunnen genieten en waar we helemaal in kunnen opgaan. Misschien is het wel de kunst waar we ons van alle kunsten het meest in kunnen verliezen. D...
Prijs: € 16,90


Ga terugOver de uitgeverijNieuwe uitgavenBoekhandelsContactUw boekentasJointIdeas
HomeEducatief fondsAuteur: Albert van der SchootTerug